Artikelen

Burn-out: als het te zwaar wordt om iemand te zijn

Te veel stress of een te hoge werkdruk wordt vaak als oorzaak aangewezen voor een burn-out. Maar volgens cultuurfilosoof Maarten Coolen is er iets anders aan de hand. ‘Een burn-out treedt op als je het verhaal over je eigen identiteit niet meer kunt volhouden.’

Psychiaters laten er in tv-programma’s hun licht over schijnen, het ene na het boek wordt erover geschreven: de burn-out staat in de schijnwerpers. Ook filosofen buigen zich er steeds vaker over. Cultuurfilosoof Maarten Coolen, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, is een van hen.

Wat is een burn-out eigenlijk?

“Bij een burn-out is iemand existentieel opgebrand. Als je tegenwoordig een identiteit wilt hebben, iemand wil zijn, moet je een verhaal hebben over jezelf. Onze identiteit heeft een narratief karakter gekregen: je moet je persoonlijke verhaal voortdurend updaten om te zorgen dat je interessant blijft voor andere mensen. Want alleen dan besta je. Mensen met een burn-out lukt het niet meer om dat verhaal in stand te houden. Dat leidt tot een gevoel van zinloosheid. Dat heeft niet alleen betrekking op werk, zoals vaak wordt gedacht: het hele leven heeft geen kleur meer. Het is niet zo dat bepaalde taken je te zwaar worden, het wordt je te zwaar om iemand te zijn.”

Is dat iets nieuws, het creëren en bijhouden van dat persoonlijke verhaal?

“Ja, het is typisch iets van deze tijd. Vroeger werd je identiteit bepaald door de plaats waar je vandaan kwam, je plek in de gemeenschap en het werk wat je deed. Op sommige plekken is dat nog steeds zo. Ik was in Zwitserland, in de bergen. In een berghut ontmoette ik een man die bergpaden onderhield, in dienst van de gemeente. Hij ontleende zijn waardigheid en identiteit aan die baan en hij was volkomen tevreden. Iedereen vond hem ook zeer respectabel. Dat is in het Nederland van nu bijna onvoorstelbaar. Natuurlijk is werk in ons land nog altijd belangrijk, maar meer voor je biografie dan vanwege je verbondenheid met een bepaalde werkplek. Die werkplek kun je immers zo weer verliezen aan iemand anders.”

Volgens een onderzoek van Hogeschool Windesheim kampt een kwart van de studenten met burn-outklachten. Wat ziet u bij uw eigen studenten?

“Ze doen er alles aan om hun persoonlijke verhaal zo interessant mogelijk te houden. Ik zat eens met een student wat na te praten in het café en die vertelde dat hij aan bungeejumping deed. Ik vroeg waarom en hij antwoordde dat het goed was voor zijn CV. Je hebt ook studenten die klagen over een laag cijfer. Soms halen ze een acht en dan zeggen ze: ik moet een achtenhalf halen, anders kom ik niet in die ene prestigieuze opleiding. Vroeger dacht je: mooi, ik heb een acht, ik heb het begrepen. Maar nu staan cijfers altijd in het teken van hun belang voor een verdere opleiding.”

Volgens u moeten maatschappelijke instituties zo worden ingericht dat ze ons helpen onze omgang met de verhalen over onszelf vol te houden. Hoe ziet u dat voor u?

“Nog te vaak worden mensen met een burn-out op zichzelf teruggeworpen. Ga een mindfulness-cursus doen, is vaak het advies. Het probleem is nu juist dat iemand met een burn-out er niet meer in slaagt om in zijn eentje zijn identiteit vorm te geven. Mindfulness zie ik daarom eerder als een symptoom van het identiteitsvraagstuk. Het lost niets op, het probleem wordt weer bij het individu neergelegd.

“Het is gewoon niet mogelijk om totaal in je eentje je identiteit te vormen. We moeten daarom instituties in het leven roepen die erkennen dat het in stand houden van dat levensverhaal moeilijk kan zijn, die mensen helpen over de kwestie na te denken. Zo wordt die voortdurende zelfreflectie expliciet en gewoon, iets wat bij deze samenleving hoort. Dat soort structuren bestaat voor een deel al. Zo zit ik zelf in de ethische commissie van een verpleeghuis voor geriatrische patiënten, waarin we discussiëren over de vraag op welke manier we kunnen bevorderen dat de bewoners een zinvol leven leiden. Je komt natuurlijk nooit tot een eenduidig antwoord, maar er wordt wel over nagedacht. Ook binnen andere instituties kun je commissies instellen waarin men zich buigt over de vraag hoe we met ons levensverhaal moeten omgaan.”

Behoren bezoek aan de psycholoog en de psychiater ook tot de institutionele structuren die u graag zou zien?

“In principe wel, maar dan in een nieuwe vorm. Ik spreek niet graag over de psycholoog of de psychiater, want dat impliceert dat mensen met een burn-out zieken zijn die behandeld moeten worden. Liever noem ik het psychosociale hulp. Die psychosociale hulp zou dan niet een gepaste oplossing voor ieder individueel geval moeten bieden, maar ons leren leven met het feit dat we onze identiteit zelf moeten vormgeven. Welke institutionele vorm dat concreet zou moeten aannemen, weet ik nog niet.”

Is dit alles niet alleen maar symptoombestrijding? Is het niet beter als we leren om die verhalen over onszelf minder serieus te nemen?

“En dan? Dat we om iemand te zijn verhalen over onszelf moeten vertellen, is een product van de moderne samenleving, daar kun je niet zomaar uitbreken. Als je de moderniteit wil handhaven, is het loslaten van die verhalen dus geen weg."

“Het gekke is dat het probleem telkens weer terechtkomt bij de mensen die er onder lijden. Je kunt je identiteit niet helemaal zelf vormgeven, daar heb je ondersteuning bij nodig. We moeten de burn-out daarom niet als abnormaal blijven bestempelen, maar zien als een uiting van onze cultuur. Je bent niet ziek als je hulp zoekt.”

Bron: Trouw.nl door Bas Roetman